Terug naar overzicht



Herziening van de btw-aftrek voor investeringen van advocaten die dateren van voor 01.01.2014: zaait de Commissie Boekhoudkundige Normen onenigheid?

8/1/2014
  Sinds 1 januari 2014 zijn advocaten btw-plichtig. Aangezien de meesten van hen investeringen hebben gedaan waarop ze geen btw aftrokken, staat de administratie logischerwijze toe dat voor de nog niet verstreken jaren van de herzieningsperiode (5 jaar voor roerende goederen en 15 jaar voor onroerende goederen) de advocaten het nog niet verlopen deel van de btw op die investeringen kunnen aftrekken.

Hoe moet dit fiscaal en boekhoudkundig worden verwerkt?


Advocaten zijn niet de eersten die zich aan die oefening wagen. Notarissen en gerechtsdeurwaarders zijn hen voorafgegaan.

De CBN publiceerde er daarom een advies over (advies 2013/9 van 08.05.2013).

In dat minstens laconieke advies schreef de CBN:

"Wanneer de btw geheven op bedrijfsmiddelen die eerder door een belastingplichtige werd afgetrokken wordt herzien, zal deze herziening geen aanleiding geven tot een aanpassing van de aanschaffingswaarde van het bedrijfsmiddel. De herziening van de btw moet worden geboekt op de rekening 64 Bedrijfsbelastingen of op een rekening 743 tot 749 Diverse bedrijfsopbrengsten afhankelijk van het geval of de herziening respectievelijk resulteert in een negatieve dan wel een positieve herziening." Als het uitzonderlijk is, voegt de CBN eraan toe dat men het verschil onder uitzonderlijke resultaten moet boeken.

We vragen ons af op welke wettelijke basis dit advies is gestoeld.

Een aanschaffingsprijs is wel historisch, maar moet worden gecorrigeerd in functie van feitelijke of juridische omstandigheden die zich nadien voordoen. Voorbeeld: naar aanleiding van een geschil past de rechter de aanschaffingsprijs aan. Het gevolg spreekt voor zich. De prijs moet worden gewijzigd en alleen de afschrijvingen die teveel en onvoldoende in rekening zijn gebracht, moeten opgenomen worden in de uitzonderlijke resultaten.

In het geval dat we hier behandelen, resulteert de herziening van de btw-aftrek uit een wijziging van de wetgeving door de regering. Het is dus een uitzonderlijk geval.

Volgens ons kan men geen beroep doen op dit advies van de CBN om de toegestane btw-aftrek op reeds gerealiseerde investeringen te verrekenen op andere uitzonderlijke of exploitatieopbrengsten.

Het gaat niet om een inkomen, maar het is de aanschaffingswaarde op de actiefzijde van de balans die gecorrigeerd moet worden conform het fundamenteel principe van het betrouwbaar beeld. De afschrijvingen op die investeringsgoederen moeten ook gecorrigeerd worden via de uitzonderlijke resultaten.

Volgens ons is dit de enige manier om niet alleen de bepalingen van de fiscale wet te respecteren, maar ook die uit de boekhoudwet en het betrouwbaar beeld.

Ons advies wordt echter niet door iedereen gedeeld. In Fiscologue 1363 verwijst Yvan Massin naar dat advies van de CBN en het tijdschrift Bilan 675 om te bevestigen dat deze te recupereren btw geboekt moet worden onder opbrengsten in de resultatenrekening.

Volgens ons is er een heus probleem dat men beter zal begrijpen aan de hand van een voorbeeld.