Terug naar overzicht



De gevolgen van de boeking van een belastingschuld op het passief van de balans

4/6/2013

 

 

Boekhouding en fiscaliteit kunnen het niet altijd goed met elkaar vinden, ook al komt de fiscaliteit vaak voort uit de boekhouding.

Een voorbeeld moet dit dilemma duidelijk maken voor wie ermee wordt geconfronteerd.

Na een belastingcontrole ontvangt een onderneming van de administratie een wijziging van aanslag. Ze vestigt een aanslag op basis van die wijziging waartegen de onderneming een rechtsvordering instelt.

Vanuit fiscaal oogpunt gaat het om een klassieke situatie. Boekhoudkundig moet men ze nauwkeuriger analyseren, want de gevolgen kunnen ernstig zijn.

De eerste vraag die men zich moet stellen is of men de belasting die de staat vordert moet boeken, terwijl de onderneming er de grondslag van betwist.

Volgens de Commissie Boekhoudkundige Normen (advies 128/1) "moet een fiscale schuld zodra zij ontstaat door de inkohiering worden opgenomen op het passief van de balans (post IX D) en in de resultatenrekening (post IV B 2). Door de inkohiering ontstaat immers in hoofde van de onderneming een schuld die onmiddellijk of op korte termijn opeisbaar is en bevoorrecht. .. De inschrijving op de balans van het ingesteld bezwaar of verhaal als activum, vereist uiteraard een verantwoorde waardering van de vordering. In de resultatenrekening wordt de aldus geschatte vordering opgenomen in een crediteursrekening ‘Betwiste belastingen'' van de post IV B ‘Belastingen op de winst''. Deze rekening wordt in punt 19 van de toelichting vermeld en verantwoord."

De tweede vraag die men zich moet stellen is wat de gevolgen zijn van die boekhoudmethode.

Kort gesteld, zeggen we dat de onderneming erkent dat er een zekere en vaststaande schuld is, maar dat ze die betwist.

Over het aspect van de schuld kan men verwijzen naar de rechtspraak terzake omtrent de btw. In een vonnis van 24.11.2010 oordeelde de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen dat de vennootschap de btw-schuld erkende door de schuld te boeken op de passiefzijde van de balans en door de goedkeuring van de jaarrekening. Dit vonnis werd bevestigd in een arrest van het hof van beroep van Antwerpen van 06.03.2012. In zijn arrest van 15.02.2013 volgde het Hof van Cassatie dezelfde redenering.

In de gevallen waarover de rechters zich moesten uitspreken hadden de ondernemingen de wijziging van btw op het passief van de balans geboekt zonder enige vorm van proces. De betwisting van de wijziging boekten ze niet op de actiefzijde van de balans. De ondernemingen voerden aan dat ze geen andere keuze hadden dan de wijziging te boeken en dat ze dus boekhoudkundig geen enkele vrijheid hadden. Ze deden duidelijk weinig met advies 128/1 van de CBN dat nochtans al bestaat sinds 1980.

Enkel de wijziging boeken komt dus neer op een erkenning van de schuld ten aanzien van de administratie, een verjaringstuitende handeling dus.

Het mag dan evident zijn dat de schuld vaststaand en zeker is, de boeking van de betwisting op de actiefzijde van de balans ressorteert daarentegen onder een volledig ander proces. Het kan enkel gaan om een evaluatie die gegrond en gerechtvaardigd moet worden met verdedigbare argumenten. De betwisting biedt dus geen zekerheid en is nog minder vaststaand aangezien de gegrondheid ervan afhangt