Terug naar overzicht



Kapitaalsverhoging door incorporatie van reserves gevolgd door een kapitaalsvermindering via de terugbetaling van het volgestorte kapitaal

15/4/2013
De techniek is welbekend. Om te ontsnappen aan de roerende voorheffing op dividenden, gaat een vennootschap vooraf over tot een kapitaalsverhoging door incorporatie van reserves.

De vennootschap gaat vervolgens over tot een kapitaalsvermindering door terugbetaling van het initiële kapitaal dat het voorwerp is geweest van een inbreng in geld of in natura, en dus volledig is volgestort.


Het probleem is dat deze verrichting meestal in een enkele akte wordt voltrokken om te vermijden dat men twee keer langs de notaris moet.

In een zaak waarover het hof van beroep van Luik zich moest uitspreken, haalde de belastingadministratie het argument van artikel 344 WIB 92 boven. Ze herkwalificeerde de verrichting in een uitkering van dividenden en kon zo de roerende voorheffing op de kapitaalsvermindering inkohieren.

In een arrest van 19.09.2012 gaf het hof haar gelijk.

Het hof wees erop dat de kapitaalsverhoging door incorporatie van de reserves en de kapitaalsvermindering door uitkering van dividenden aan de aandeelhouders in het kader van eenzelfde verrichting dezelfde of gelijkaardige effecten kunnen hebben als een uitkering van dividenden.
Het hof vestigde de aandacht op het feit dat in dit geval de aangekondigde kapitaalsverhoging door incorporatie van reserves en de kapitaalsvermindering waren beslist op dezelfde algemene vergadering en dat de kapitaalsvermindering niet op zichzelf kon staan aangezien ze het maatschappelijk kapitaal onder het wettelijke minimum zou hebben gebracht.

Die aktes zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden en gebeuren in een enkele verrichting.
Als de vennootschap aan de herkwalificatie wilde ontsnappen, moest ze aantonen dat de kwalificatie die ze wilde toekennen aan de handelingen waaruit de verrichting bestond beantwoordde aan legitieme behoeften van financiële of economische aard.

De kapitaalsvermindering was evenwel niet terugbetaald aan de aandeelhouder, maar was verrekend op diens rekening-courant, voor het merendeel een debetrekening.
Het hof zag er echter geen legitieme behoefte van financiële of economische aard in. Dit standpunt mag enigszins verrassend lijken, want de aandeelhouder is zijn vennootschap geen geld meer verschuldigd en de vennootschap geeft geen enkele euro uit!

We merken op dat de uitkering van dividenden hetzelfde gevolg zou hebben gehad.
Wat kunnen we uit dit arrest concluderen?

De verrichtingen die erin bestaan het kapitaal te verhogen door de incorporatie van reserves en vervolgens over te gaan tot de terugbetaling van initiële inbreng zijn uit den boze, tenzij ze men dit op de juiste manier doet:
· men moet eerst overgaan tot een kapitaalsverhoging door incorporatie van reserves;
· vervolgens moet men wachten tot het volgende aanslagjaar om over te gaan tot de kapitaalsvermindering;
· het bedrag van de vermindering mag niet gelijk zijn aan het bedrag van de incorporatie;
· de akte moet duidelijk stipuleren dat de vermindering is gebeurd door de terugbetaling van het initieel volgestorte kapitaal en voortkomt uit een inbreng in geld of in natura.