Terug naar overzicht



Goodwill uitgelegd door de Dienst Voorafgaande Beslissingen

13/7/2016
 

De DVB sprak zich uit over een overdracht van goodwill en de eventuele fiscale gevolgen in een voorafgaande beslissing nr. 2015.215 van 1 maart 2016.

De dienst was naar aanleiding van de transformatie van een advocatenassociatie, een structuur zonder rechtspersoonlijkheid, in een société d'exercice libéral (S.E.L.) naar Frans recht met rechtspersoonlijkheid ondervraagd over een mogelijke overdracht van goodwill naar aanleiding van de inbreng door elk van de vennoten van de S.E.L., en in het bijzonder met betrekking tot de activa en passiva die toegeschreven worden aan de Belgische vaste inrichting van de S.E.L.

Deze verrichting kan fiscale gevolgen hebben (voordeel in de zin van artikel 26juncto 235, 1° WIB 92 dat wordt toegekend aan de vaste inrichting van de S.E.L. ter gelegenheid van de omvorming van de associatie in S.E.L., voordeel ontvangen door de S.E.L. via haar vaste inrichting vanwege de vennoten in de zin van artikel 79juncto 235, 2°WIB 92 ter gelegenheid van de omvorming van de associatie in S.E.L.).

De DVB moest eveneens bevestigen dat de teruggave van erelonen toegeschreven aan de activiteit van de Belgische vaste inrichting van de S.E.L. wel degelijk een aftrekbare kost is in de zin van de artikelen 49juncto, 235, 2° en 237 WIB92.

Over de afwezigheid of het bestaan van goodwill is de DVB erg duidelijk:

"Goodwill staat voor het verschil tussen het actief van de balans van een onderneming en de som van haar immaterieel en materiaal kapitaal gewaardeerd tegen de marktwaarde. Het is dus het (noodzakelijk positieve) verschil tussen de aankoopwaarde en de economische waarde van de onderneming. Die waarde wordt beschouwd als waardering van een toekomstig voordeel (bv. synergieën) die uit de wederverkoop zullen voortkomen.

Het is een overschot dat wordt geboekt in immateriële activa. De goodwill is niet bedoeld om het volledige immateriële kapitaal op de balans te vertegenwoordigen, maar eerder om het actief de marktwaarde te laten benaderen.

Deze kan immers worden geraamd op grond van rendabiliteitsvooruitzichten van de investeringen die de onderneming verwezenlijkt, rekening houdend met de positie die ze zich op de mark wist te verzekeren.

De goodwill is de financiële tegenpool van de reputatie, de knowhow en de prestaties van de onderneming (synergieën) en een maatstaf van de immateriële voordelen waarover ze beschikt. Die voordelen laten toe om uit te leggen waarom deze onderneming een hogere rendabiliteit haalt tegen de normale winst die haar nettoactief zou rechtvaardigen en die zo een soort "superwinst" vormt.

De DVB stelde in dit geval vast dat er geen goodwill gevormd was in de huidige associatie en dat de totaliteit van de winst verdeeld werd onder de vennoten en in hun hoofde werd belast.

Er is dus geen enkele winstverwachting die gecreëerd wordt op niveau van de associatie en er kan dus geen sprake zijn van enige onverdeelde overdracht van goodwill door de associatie aan de S.E.L.

Na de omvorming in S.E.L. zal elke vennoot zich ertoe verbinden om zijn diensten als advocaat ten dienste te stellen van de S.E.L. en zullen ze voor hun geleverde diensten vergoed worden volgens hun financiële rechten die overeenstemmen met de vergoeding van hun beroepsactiviteit. De S.E.L. zal slechts een bescheiden resultaat realiseren dat toelaat om een jaarlijks dividend uit te keren aan de vennoten. In principe wordt er geen winst overgedragen of in reserve opgenomen.

Anderzijds zal bij intrede van een nieuwe vennoot in het kapitaal van de S.E.L. deze laatste aandelen verwerven voor een tegenwaarde gelijk aan het enige aandeel in het kapitaal vertegenwoordigd door de aandelen. Dat kapitaal van de S.E.L. zal relatief laag zijn om toekomstige associaties te vergemakkelijken en er zal overigens geen enkele goodwillvergoeding worden betaald aan de vennoot als die de associatie verlaat, ongeacht de oorzaak van zijn vertrek.

De bijdragen van de associatie aan de S.E.L. in Frankrijk en België gebeuren zonder waardering van het cliënteel en de verschillende bestanddelen van het actief en passief zullen tegen hun nettoboekwaarde worden ingebracht.

Volgens de DVB zal er tot slot geen enkele goodwill worden overgedragen naar aanleiding van de inbreng die zal worden uitgevoerd door elk van de vennoten van de S.E.L., en in het bijzonder wat de activa en passiva betreft die worden toegewezen aan de Belgische vaste inrichting van de S.E.L.

Over de aftrekbaarheid van terugbetalingen van honoraria stelt de DVB vast dat de advocaten-vennoten in de opgezette structuur door een overeenkomst gebonden zullen zijn aan de S.E.L onder wiens naam de activiteit van het kantoor zal worden uitgeoefend. De S.E.L zal haar activiteiten dus uitoefenen dankzij de diensten die de advocaten-vennoten verlenen.

De cliënten zullen door de SEL worden gefactureerd die de vergoedingen voor de prestaties voor haar rekening zal nemen en doorstorten aan de advocaten-vennoten.

De bezoldigingen gestort aan advocaten-vennoten voor het gedeelte van de inkomsten van de SEL die verbonden is met de vaste inrichting in België worden geregeld door de artikelen 237 en 49 WIB 92. Die twee bepalingen vereisen een causaal verband tussen de uitgave en het belastbaar inkomen.

Volgens de DVB zal dat causaal verband bestaan tussen de inkomsten van de S.E.L. en de kosten die zullen voortvloeien uit de storting aan de advocaten-vennoten van honoraria die het haar zouden hebben toegelaten om haar activiteiten uit te oefenen.

De terugbetalingen van erelonen die worden toegewezen aan de activiteit van de Belgische vaste inrichting van de S.E.L. zijn daarom wel degelijk een aftrekbare kost in de zin van de artikelen 49juncto 235, 2° en 237 WIB92.

Frédéric LEDAIN

Advocaat aan de balie van Luik

FiscalNet publiceert wekelijks een interessant gratis artikel over een actueel onderwerp op haar site. Klik hier voor een overzicht.