Terug naar overzicht



Herwaarderingsmeerwaarden en de vorming van een liquidatiereserve

27/4/2016

De Commissie Boekhoudkundige Normen gaat in zijn bericht van 2011/14 uitgebreid in op de kwestie van de herwaarderingsmeerwaarden.

Een herwaarderingsmeerwaarde wordt aangelegd als een correctie van de waarde van onroerende activa wanneer hun boekhoudkundige waarde aanzienlijk lager ligt dan hun marktwaarde.

Een correctie dringt zich op om een betrouwbaar beeld te schetsen van de situatie van de vennootschap.

Deze correctie heeft geen gevolgen voor de bedrijfsresultaten aangezien de verhoging van de waarde van het betrokken onroerend actief op rekening van de overeenstemmende rekening van klasse 2 wordt opgenomen en de tegenwaarde rechtstreeks op het passief wordt geboekt onder rekening 12 Herwaarderingsmeerwaarden.

In boekhoudkundig opzicht moet deze herwaardering ook het voorwerp uitmaken van afschrijvingen tegen hetzelfde ritme als de vaste activa waarop ze betrekking heeft.

Dat betekent dat men ieder jaar een rekening 63 Afschrijvingen gaat debiteren om de rekening 2 waarop de vaste activa worden geboekt te crediteren.

Boekhoudkundig is dit een kost.

Fiscaal gezien echter niet aangezien het een verworpen uitgave is of meer bepaald een afschrijvingsexcedent dat als zodanig moet worden behandeld in de aangifte in de vennootschapsbelastingen.

Op de passiefzijde van de balans zitten we dus met een beschikbare reserve die gedeeltelijk bestaat uit afschrijvingen op de herwaarderingsmeerwaarden.

De kwestie werd ons voorgelegd om te weten of dat deel van de beschikbare reserve als basis zou kunnen dienen voor de aanleg van een liquidatiereserve.

Het antwoord is zonder meer nee, want zowel artikel 184quater als artikel 541 WIB 92 eisen dat deze reserve gevormd wordt op basis van de boekhoudkundige winst na belasting.

Zoals we zien heeft de afschrijving op de herwaarderingsmeerwaarde wel degelijk gevolgen voor het boekhoudkundig resultaat, zij het negatief aangezien het een boekhoudkundige kost is.

Niets laat bijgevolg toe om het aandeel van de beschikbare reserve dat vertegenwoordigd wordt door de afschrijvingen op de herwaarderingsmeerwaarde te gebruiken om een liquidatiereserve aan te leggen.

Er werd een gelijkaardige verrichting toegestaan in het kader van artikel 537 WIB 92.

In deze constructie ging het erom alle of een deel van de belaste reserves te verdelen en als kapitaalsverhoging te boeken.

Het aandeel van de beschikbare reserve dat overeenstemt met de afschrijving op de herwaarderingsmeerwaarde kon bijgevolg evenmin dienen in het kader van artikel 537 WIB 92 aangezien het om een niet-belaste reserve gaat.

Deze zienswijze werd overigens bevestigd door advies 2011/14 van de CBN die aangeeft dat wanneer men herwaarderingsmeerwaarden wil gebruiken voor een kapitaalsverhoging dat enkel mogelijk is onder aftrek van het geschat bedrag van de effectieve belastingen op de realisatie ervan.

 
Meer nieuws: www.winbooks.be en www.comptaccount.be