Terug naar overzicht



Alles wat u moet weten over belastingverminderingen

24/6/2015
                                

Belastingverminderingen doen exact wat ze zeggen: ze zorgen ervoor dat u minder belastingen moet betalen. Maar wat weet u erover? Op welke verminderingen heeft u recht? Wat is de populairste? Wie geeft u die verminderingen: de federale overheid of het gewest waar u woont? En waarom worden sommige verminderingen niet meer geïndexeerd? We gaan kort in op al die vragen, zodat u weer weet wat u zou moeten weten.

Aftrekken werden belastingverminderingen

De laatste jaren werden – met het oog op de zesde staatshervorming – heel wat aftrekken (aftrekbare bestedingen) omgevormd tot belastingverminderingen. Dit is meer dan een technische ingreep, want het heeft belangrijke gevolgen aangezien beide fiscale voordelen op een ander moment in rekening worden gebracht. Een aftrekbare besteding wordt afgetrokken van het belastbare inkomen, een belastingvermindering wordt pas afgetrokken van de verschuldigde belasting. Een vereenvoudigd voorbeeld kan het verschil goed aantonen.

Voorbeeld

Jan heeft een inkomen van 10.000 euro waarop hij 50 % belasting verschuldigd is. Zonder aftrek of belastingvermindering betaalt hij dus 5.000 euro belasting.

Als hij recht heeft op een aftrek van 1.000 euro, wordt zijn belastbaar inkomen van 10.000 euro herleid tot 9.000 euro, waarop hij 4.500 euro belasting betaalt.

Als hij recht heeft op een belastingvermindering van 1.000 euro, wordt zijn verschuldigde belasting eerst berekend op 10.000 = 5.000 euro, dat bedrag wordt dan herleid tot 4.000 euro.

Meer dan de woonbonus

De belastingvermindering voor hypothecaire kredieten (de woonbonus) is allicht de meest bekende. Gevolgd door de belastingverminderingen voor giften, pensioensparen en dienstencheques.

Maar wist u dat u ook recht kan hebben op belastingverminderingen voor inkomsten uit het buitenland, voor aandelen in ontwikkelingsfondsen, als u een winwinlening toestaat, als u investeert in brand- en inbraakbeveiliging, enzovoort.

Gewest en federale overheid: wie geeft welke vermindering?

Door de zesde staatshervorming is het niet langer enkel de federale overheid die de belastingverminderingen toestaat. Ook de gewesten zijn nu voor enkele belastingverminderingen bevoegd die aansluiten bij hun andere niet-fiscale bevoegdheden. Dit betekent dat het gewest beslist over de voorwaarden en het bedrag/percentage van de vermindering.

De federale overheid blijft bevoegd voor de volgende belastingverminderingen: (a) langetermijnsparen, als de uitgave niet verbonden is met de ‘eigen woning’, (b) pensioensparen, (c) werkgeversaandelen, (d) pensioenen, vervangingsinkomsten, brugpensioen, werkloosheidsuitkeringen, uitkeringen van ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, (e) bezoldigingen voor het presteren van overwerk waarvoor een overwerktoeslag werd verkregen, (f) inkomsten uit het buitenland, (g) energiebesparende uitgaven die werden overgedragen van vorige belastbare tijdperken, (h) aandelen in ontwikkelingsfondsen, (i) giften, (j) uitgaven voor de kinderoppas.