Terug naar overzicht



Bedrijfsvoertuig en woon-werkverkeer: drie maal een andere interpretatie.

17/9/2014

 

 

 

 

 

 

Geregeld vallen er vreemde dingen te betreuren in ons recht.

Hierbij nogmaals een voorbeeld: de verschillen in interpretatie van het begrip 'woon-werkverkeer met een bedrijfs voertuig' al naargelang men te maken heeft met de inkomstenbelastingen, de btw of de sociale zekerheid.

 

De Inkomstenbelastingen.

Wanneer in de inkomstenbelastingen een werknemer of bedrijfsleider zich van zijn woning naar het werk begeeft met een bedrijfsvoertuig, wordt het overeenkomstige voordeel van alle aard berekend op basis van de werkelijke waarde (punt 9 van de FAQ van de administratie).

Men moet echter ook rekening houden met de 40-dagenregel. Als de werknemer of bedrijfsleider minstens 40 dagen per jaar naar dezelfde werf rijdt met het bedrijfsvoertuig, wordt die werf voor de berekening van het voordeel beschouwd als een werkplek.

We geven een voorbeeld. een bouwvakker woont op 10 km van zijn onderneming. Hij voert zijn woon-werkverplaatsingen uit met een bestelwagen van de onderneming. Hij gaat werken op een 60 km verder gelegen bouwwerf. Die werf neemt 80 dagen in beslag. In de berekening van zijn VAA moet men 120 km in rekening brengen in plaats van 20 voor 80 dagen!

 

De BTW.

Wat de btw betreft om het btw-aftrekpercentage te bepalen, worden enkel de maatschappelijke zetel van de btw-plichtige of een van zijn vestigingen (een dochteronderneming) beschouwd als werkplek (punt 18 van de btw-beslissing van 09.09.2013).

Een werf is dus nooit een werkplek. Dat betekent dat in het bovenstaande voorbeeld uit de inkomstenbelastingen het feit dat de werknemer gedurende 80 dagen naar een werf rijdt die zich op 60 km van zijn woonplaats bevindt geen impact zal hebben op de aftrek van de btw op de bestelwagen.

 

De sociale zekerheid.

Laten we nu de sociale zekerheid (RSZ) onder de loep nemen. Volgens de nieuwe richtlijnen van de RSZ worden niet beschouwd als woonwerkverplaatsingen: verplaatsingen met een bedrijfsvoertuig tussen de woning en de werkplek, ongeacht of het gaat om de zetel van de onderneming, een werf, een klant enz. of van de plek waar de werknemers 's ochtends heen trekt in de loop van het jaar en vanwaar hij 's avonds terugkeert, zelfs zonder zijn voertuig in de loop van de dag te hebben gebruikt.

 

Drie wetgevingen, drie verschillende regels: de rechtvaardiging?

Geen enkele, gewoon verschillende interpretaties.

Aangezien al die teksten behoren tot de federale bevoegdheden lijkt het ons nuttig dat er een gezamenlijk standpunt wordt ingenomen in de verschillende wetgevingen zodat de belastingplichtigen, btw-plichtigen en werkgevers een eenduidige kijk hebben op het toepasselijke recht.

Vergeet niet dat de verschillende regeringen al jaren hun bezorgdheid uitten over de administratieve vereenvoudiging.

 

Redactie:  ComptAccount, Groep Larcier, partner van WinBooks, september 2014.

Lees meer nieuws op www.winbooks.be  en www.comptaccount.be