Terug naar overzicht



Kapitaalsverhoging krachtens artikel 537 WIB 92 en toepassing verlaagd tarief in de vennootschapsbelastingen

28/8/2014

 

 

 

 

 

 

Een vennootschap maakte gebruik van de overgangsbepaling van artikel 537 WIB 92 om aan zijn aandeelhouders een uitzonderlijk dividend toe te kennen via uitkering van de belaste reserves.

Door de daarbij aansluitende kappitaalsverhoging van het nettobedrag van het dividend werd dit slechts onderworpen aan 10% roerende voorheffing in plaats van 25% die voortaan de regel is voor iedereen die financiële inkomsten opstrijkt.

Maar is het op die manier verhoogde kapitaal echt kapitaal of is het onderworpen aan afzonderlijke regels?

 

Eerst en vooral wordt dit kapitaal geblokkeerd voor 4 jaar als de onderneming een KMO is en voor 8 jaar als het gaat om een grote onderneming. Zo niet zal iedere terugbetaling van dat kapitaal onderworpen worden aan een afzonderlijke aanslag die vermindert met het aantal jaren dat is verstreken sinds de kapitaalsverhoging.

Er is echter een andere kwestie die we moeten onderzoeken. Om te kunnen genieten van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelastingen mag men niet meer dan 13% van het kapitaal uitkeren als dividend.

Worden de belaste reserves die de aandeelhouders in kapitaal willen overdragen dan opgenomen in de berekeningsbasis van de 13% van het kapitaal?

 

We geven een voorbeeld.

In 2012 heeft een onderneming een kapitaal van 100 en 500 belaste reserves. In 2013 wil ze profiteren van artikel 537 WIB 92 en keert ze de 500 reserves uit. Dit houdt in dat ze haar kapitaal verhoogt met 450 (500-10%).

Voor 2014 bedraagt het kapitaal dus 550 (100+450).

De nettowinst van 2014 is 70. Ze beslist om die uit te keren in dividenden.

Als de roerende voorheffing op het dividend 25% van 70 is, neemt dit niet weg dat men zich vooraf moet afvragen hoe men tot een nettowinst van 70 kan komen bij de berekening van de fiscale provisie.

Met een dividend van 70 keerde de onderneming 12,73% van haar kapitaal uit, minder dan 13% dus. Ze heeft dus recht op het verlaagd tarief in de vennootschapsbelastingen.

Als het kapitaal echter maar berekend is op het bedrag van 100 in plaats van 550, kan ze niet profiteren van het verlaagd tarief.

Artikel 215, al. 2, 3° WIB 92 eist dat de uitgekeerde dividenden niet hoger zijn dan 13% van het gestorte kapitaal aan het begin van de belastbare periode.

 

Niets verhindert de vennootschap echter om het verlaagd tarief in de vennootschapsbelastingen in het voorbeeld dat we hier kozen op te eisen.

 

Redactie:  ComptAccount, Groep Larcier, partner van WinBooks, augustus 2014.

 

Lees meer nieuws op www.winbooks.be  en www.comptaccount.be