Terug naar overzicht



Kosten gemaakt vóór de oprichting van een vennootschap

11/6/2014
 
Vaak moeten er al vóór de oprichting kosten gemaakt worden voor rekening van de nog op te richten vennootschap.
De oprichters moeten bijvoorbeeld een financieel plan laten opmaken door een boekhoudprofessional of willen een huurcontract afsluiten op naam van de vennootschap in oprichting.
 
Krachtens artikel 60 wetboek van vennootschappen binden die verbintenissen de vennootschap in zoverre
- de vennootschap opgericht wordt binnen de twee jaar nadat die verbintenis is aangegaan;
- binnen twee maanden na indiening van het dossier van oprichting bij de griffie van de rechtbank van koophandel, de vennootschap beslist om die verbintenissen te hernieuwen.
 
In de praktijk worden die verbintenissen vaak vernieuwd door de vennootschap vanaf de ondertekeningen van de oprichtingsakte of bij de eerste algemene vergadering ongeacht of ze worden aangegaan door de vennootschap, door alle vennoten of door de vertegenwoordigers van de vennootschap.
 
Voor de inkomstenbelastingen staat de administratie die uitgaven toe omdat ze beantwoorden aan de verplichtingen die artikel 49 WIB 92 voorschrijft.
 
Maar opgelet want dit artikel vereist ook dat die kosten tijdens de belastbare periode worden gedaan of gedragen. De belastbare periode stemt voor een vennootschap overeen met het boekjaar. Als het eerste boekjaar van de vennootschap begint op de dag van de notariële akte zou de administratie moeilijk kunnen gaan doen over het feit dat de verbintenissen die de oprichters zijn aangegaan betrekking hadden op een periode buiten de belastbare periode.
Het zal dus aangewezen zijn om in de statuten te vermelden dat het eerste aanslagjaar enkele weken voor de datum van de notariële akte begint te lopen opdat de kosten van de oprichters opgenomen zouden worden in de belastbare periode.
 
Een andere voorwaarde waarop men moet letten is dat op de facturen van de oprichters vermeld staat dat de kosten zijn gemaakt op naam van de vennootschap in oprichting.
 
Wat de btw betreft, stelde het hof van beroep van Antwerpen in een arrest van 20.12.2011 dat de voorbereidende werkzaamheden zoals de ontvangst van investeringsgoederen eveneens beschouwd moeten worden als activiteiten van de btw-plichtige, maar dat de administratie van de btw-plichtige mag verwachten dat de btw-plichtige zijn intentie om aan de btw onderworpen handelingen te stellen aantoont aan de hand van objectieve elementen. Dat was ook het standpunt van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven in een vonnis van 30.01.2004.
 
Het is dus duidelijk dat kosten die oprichters aangaan beroepsmatige kosten zijn van de nog niet opgerichte vennootschap. Opdat dit echter zo zou zijn, dient men wel de hierboven aangegeven voorwaarden na te leven, zowel volgens het wetboek van vennootschappen, als volgens het wetboek van inkomstenbelastingen en het btw-wetboek.
 
Redactie:  ComptAccount, Groep Larcier, partner van WinBooks, juni 2014.
 
Lees meer nieuws op www.winbooks.be  en www.comptaccount.be