Terug naar overzicht



Wat als belastingambtenaren zich misdragen?

28/1/2015
 
             

 

Werd u ook reeds (meermaals) geconfronteerd met een belastingambtenaar die rechten meende te ontlenen aan zijn missie, en overal wilde snuffelen of die u van meet af aan als een leugenaar of fraudeur bestempelde?

 
We kunnen een nieuwe praktijk van belastingambtenaren binnen de FOD Financiën niet kwalificeren als misbruik, maar als we het er vandaag over hebben, is dat omdat steeds meer ComptAccountabonnees ons vragen welke rechten ze hebben wanneer ze te maken krijgen met ambtenaren die volgens hen hun bevoegdheden te buiten gaan.
 
Die gevallen zijn weliswaar zeldzaam, want doorgaans handelen ambtenaren van de belastingadministratie op een correcte en rechtvaardige manier.
Sommige belastingplichtigen hebben de neiging om meteen te oordelen dat de controleur zijn boekje te buiten gaat terwijl hun fiscaal dossier geen steek houdt.
Er zijn echter wel uitwassen, al zijn die eerder zeldzaam.
 
 
Circulaire van 29.07.2002
 
De administratie vond het trouwens goed om te wijzen op de principes die van toepassing zijn bij onderzoeken door de diensten van de directe belastingen.  We vermelden hieronder de punten van de circulaire die dit voorstel kracht bijzetten:
 
« 4. Er moet steeds een weloverwogen gebruik worden gemaakt van de aan de administratie toegekende onderzoeks- en controlerechten.
Een fiscale controle kan alleen maar correct en sereen verlopen indien bepaalde basisregels in acht worden genomen. Aldus moet :
-  er duidelijke en nauwkeurige informatie aan de belastingplichtige worden verstrekt. In dit kader wordt ook een correcte naleving van de W 11.4.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur (zie circ. 9.1.1998, Ci.RH.835/502.739) benadrukt;
-  de controle van het fiscaal dossier onpartijdig gebeuren. De onderzoekingen moeten worden verricht met onderscheidingsvermogen, objectiviteit en gematigdheid en dit binnen het vastgelegd wettelijk kader ;
-  de controle aan het nagestreefde doel beantwoorden en mag ze geen overdreven last voor de belastingplichtige bij de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid betekenen.
 
5. Het is belangrijk er over te waken dat het principe van de proportionaliteit tussen de onderzoeks- en controlerechten die moeten worden aangewend en de concrete situatie die men wil verifiëren, gerespecteerd wordt.
De selectie van een dossier voor onderzoek en de aard van dit onderzoek moeten op objectieve en pertinente criteria gebaseerd zijn.
De tijd die aan het onderzoek wordt besteed mag niet langer dan noodzakelijk zijn. Het moet in elk geval beëindigd worden zodra wordt vastgesteld dat de selectie niet was verantwoord of dat het aangevatte onderzoek toelaat te besluiten dat de belastingplichtige op voldoende wijze aan zijn fiscale verplichtingen heeft voldaan.
De te ondernemen stappen moet steeds in functie van de omstandigheden worden bepaald. Het past voorrang te geven, naargelang het geval, aan de uitnodiging van de belastingplichtige op kantoor, aan een vraag om inlichtingen of aan een bezoek ter plaatse. Buitensporige stappen moeten worden geweerd. Er moet eveneens worden vermeden aan de belastingplichtige elementen te vragen die bij de diensten van de administratie kunnen worden verkregen.