Terug naar overzicht



Het begrip woning in de personenbelasting

12/3/2014

Het begrip woning komt herhaaldelijk voor in het wetboek van inkomstenbelastingen.
We denken dan meteen aan de verblijfplaats: om Belg te zijn, moet men ergens in België wonen (artikel 3 WIB 92).

Het belastingwetboek koppelt bovendien enkele voordelen aan het feit dat het om een woning gaat:

- vrijstelling van onroerende inkomsten voor de enige en eigen woning;
- aftrek voor de enige en eigen woning;
- belastingvermindering voor energiebesparende werken aan de woning;
- belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van de woning;
- belastingvermindering voor uitgaven voor de renovatie van woningen in een zone voor positief grootstedelijk beleid;
- enz

Het begrip woning is dus een belangrijk element om tegemoet te komen aan de verplichtingen en voordelen die gekoppeld zijn aan die verschillende teksten.

Het belastingwetboek bevat zelf geen definitie van het begrip woning.

De administratie bezorgt ons echter een nauwkeurige definitie in artikel 145/5.20 van de administratieve commentaar.

"Onder 'woning' wordt een gebouw of een gedeelte van een gebouw (inzonderheid een eengezinswoning of een appartement) verstaan, dat wegens zijn aard voor bewoning bestemd is of als zodanig wordt gebruikt, ofwel door een gezin, ofwel door een alleenstaande, en waar de verschillende gezinsactiviteiten (zoals wonen, slapen, maaltijden bereiden enz.) worden uitgeoefend [Zijn geen woningen in de zin van die omschrijving, de kamers in gemeenschappelijke gebouwen (kloosters, klinieken, hospitalen, weeshuizen, enz.), alsmede kamers voor studenten of voor seizoenarbeiders].

De bestemming van een gebouw als "woning" kan onder meer worden aangetoond aan de hand van het plan,van aanleg, het bouwplan, de bouwvergunning, de clausules van de hypothecaire leningakte enz.

Wanneer een gebouw speciaal is ingericht of verbouwd om meerdere duidelijk van elkaar onderscheiden wooneenheden te vormen, wordt elk van die eenheden geacht een woning te zijn, zelfs indien het gebouw slechts één enkel kadastraal perceel uitmaakt.

De omstandigheid dat de woning in kwestie gedeeltelijk beroepsmatig wordt gebruikt vormt geen beletsel voor de toepassing van de belastingvermindering voor de kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening. Die aflossingen moeten derhalve niet tot het privégedeelte van de lening worden beperkt."

Dat moeten we onthouden, want deze definitie kan nuttig zijn in geval van interpretatiegeschillen met de administratie.
Daarom geven we dit praktijkvoorbeeld.
Een ambtenaar van de administratie betwistte de belastingvermindering gevorderd door een belastingplichtige eigenaar van een boerderij die hem was geschonken door zijn moeder en die integraal werd gebruikt als woning. Het ging hier immers om boerderijgebouwen (zo waren ze opgenomen in het kadaster) en de belastingplichtige had ze geleidelijk tot woning verbouwd.

In verwijzing naar artikel 145/5.20 ComIB beseft men dat de kritiek van de belastingambtenaar geen steek houdt in het licht van de definitie van woning door zijn eigen administratie.

Emile Masset
Hoofdredacteur van FiscalNet

FiscalNe